|
Manon Uphoff:
"Soms voelt
de wereld
als één grote Wibra"
Zaterdag
Het badwater is lauw geworden. De oranje pluchen mat
ligt zwaar en volgezogen op het terrazzo, maar de kinderen zitten nog
steeds in bad. Ze hebben elkaar ingezeept en zijn een voor een over
elkaars spekgladde ruggen naar beneden gegleden, gulpen water over de
badmat stuwend. Als de vader de deur opent, zien de kinderen dat hij een
kraakwit overhemd draagt en zijn nette donkergrijze broek met vouwen.
Meteen bij de eerste stap slipt hij en glijdt, terwijl zijn handen
zwaaiend naar houvast zoeken, hard onderuit. De kinderen hebben de vader
nog nooit zien vallen. Ze grinniken. Schieten in de lach. Wanneer hij,
steun zoekend bij wasmachine en handdoekenrek, moeizaam overeind komt,
bungelt er een dotje haar aan zijn linkermouw. In zijn broek breiden de
natte plekken uit als de inkt van een Rorschachtest. Sasja grinnikt
opnieuw, het roze
stervormig zeepje nog in zijn hand. Waarna het gezicht
van de vader betrekt en een grauw masker wordt.
 |