Mercedes-Benz is een merk met een zeer veelzijdig verleden. De
overeenkomsten tussen al die uiteenlopende modellen zijn beperkt
tot topkwaliteit, techniek van het hoogste contemporaine niveau en
natuurlijk die driepuntige ster. De laat-ste jaren heeft ‘Das
Haus’, zoals de liefhebbers het merk plegen te noemen, zich ook
ontwikkeld tot
een
vernieuwende fabrikant, die het aandurft nieuwe concepten te
realiseren. Dat begon eigenlijk al een aantal jaren geleden met de
com-pacte A-klasse, wat niet zo maar een ‘kleine Mercedes’ was,
maar een auto met een aantal unieke eigenschappen. Recente
voorbeelden zijn de B- en R-klassen. In het spervuur van
autonieuws dat Mercedes-Benz op de markt afvuurt, kwam eer-der dit
jaar ook die bijzondere CLS tot ons. Dat Mercedes-Benz niet bang
is voor een beetje zelfspot –toonbeeld van zelf-vertrouwen- en
precies weet hoe er over het merk wordt gedacht, bleek weer eens
uit de enorme billboards die het merk voor de CLS langs de
autosnelwegen liet zetten. Daarop stond alleen een cleane foto van
d
e auto met de veelzeggende tekst: ‘En u zei dat u nooit Mercedes
wilde rijden?’. Daaruit
blijkt een aantal zaken overduidelijk, waaronder het feit dat de
CLS op de eerste plaats op zijn uiterlijk zal worden verkocht.
Stijltrucjes
Dat uiterlijk mag er zijn. De CLS heeft een zeer uitgesproken
voorkomen, waarbij we ons heel goed kunnen voorstellen dat er ook
mensen zijn die ‘m niet kunnen waarderen. Dat is een logisch
gevolg van die sterke expressie, dat polariseert nu eenmaal. De
CLS is typisch zo’n auto die je helemaal geweldig vindt, of
vreselijk, een tussenweg bestaat niet. En profil is de CLS een
auto die al hard lijkt te gaan terwijl die nog stil staat. Dat is
een gevolg van een paar mooie stylingtrucjes die Peter Pfeiffer,
de ‘senior vice president of design’ van DaimlerChrysler AG, heeft
uitgehaald. Voorbeelden? Die ‘dikke bil-len’, rond de
achterwielen, de heel licht geknikte lijn achterruit/kofferdeksel,
de zachtjes oplopende lijn vanaf de uitsparin-gen van de
voorwielen naar achteren –hoog bovenlangs de achterwielen- en,
heel subtiel, die achteroverleunende koplam-pen. Daarmee zijn we
er nog niet, want wat de CLS natuurlijk pas echt apart maakt, is
die zijruitpartij. Die begint en ein-digt in een vlijmscherpe
punt, maar is op z’n hoogste punt nog steeds opvallend laag.
Logisch, voor een coupé, maar het is een vierdeurs sedan en
daarmee is de CLS dus in feite allebei tegelijk. Nog één
belangrijk detail: de grote ster op het front zit ín de grille en
de karakteristieke vrijstaande ster op de motorkap ontbreekt. Dat
is niet gek, bij Mercedes-Benz is dat al een halve eeuw of zo het
kenmerk van een sportcoupé of –cabrio ten opzichte van een meer
formele sedan. Prachtige auto, die bovendien voor het hele merk
belangrijker is dan zo maar een zijlijntje. De nieuwe
Mercedes-Benz S-klasse die dit najaar verschijnt heeft vooral voor
wat betreft de zijruiten opmerkelijk veel van de CLS weg. Het is
dus ook nog een soort voorloper in een nieuwe Mercedes-stijl.
Anders en toch vertrouwd
De bijzondere vorm van de carrosserie heeft gek genoeg maar heel
beperkt zijn invloed gehad op het interieur. Dat wil zeggen: het
uitzicht door die bijzonder gevormde ramen is prima, al is de
carrosserie vanaf de bestuurdersplaats maar heel beperkt
overzichtelijk. De CLS heeft een ‘eigen’ dashboard, maar het
zitmeubilair is vertrouwd voor wie bekend is met de actuele
modellen van het merk en de ruimte is ook op de achterbank
verbluffend, zeker als je uitgaat van de gedachte dat dit een
coupé is. We heb-ben het verschil niet exact gemeten en ook niet
direct vergeleken, maar gevoelsmatig komen we in ruimte in de CLS
niets te kort ten opzichte van de E-klasse, de vierdeurs sedan van
vergelijkbaar for-maat. Dat dashboard, grotendeels uitgevoerd in
fraai gepolitoerd echt hout, heeft een opvallend ach-terover, van
de bestuurder af hellende vorm. De indeling is echter helemaal
logisch en ook hier geldt dat wie thuis is in Mercedessen, de
bediening en werking tot geen enkele verrassing leidt. Fraai, hoe
de middenconsole tussen de voorstoelen door naar achteren ‘golft’
en de achterbank verdeelt in twee separate zitplaatsen.
|
‘En u
zei dat u nooit Mercedes wilde rijden?’ |

Comfortabel
genot
Genoeg over uiterlijk vertoon, hoe rijdt de CLS500? Formidabel!
Dat zal ook niemand verbazen. De technische basis van de CLS is de
al genoemde E-klasse en alleen al van de waardering die het
rijgedrag van dat model heeft gekregen zouden de ingenieurs in
Stuttgart-Untertürkheim naast hun schoenen kunnen gaan lopen.
Kort: de E-klasse is bijzonder comfortabel en laat zich ondanks
zijn formaat toch sturen als een sportwagen, die combinatie staat
op een niveau waaraan feitelijk geen enkele concurrent kan tippen.
Niks aan doen dus, gewoon zó overnemen voor de sportieve CLS. Voor
de motorisering van de CLS heeft Mercedes de keuze, vergeleken met
de E-klasse, flink beperkt. Er zijn drie benzine-motoren en één
mooie diesel. De CLS350 heeft natuurlijk een mooie 3,5 liter V6,
de CLS 55 AMG een beer van een V8 met compressor. De 320CDI is
waarschijnlijk de beste keuze voor wie de CLS veelvuldig en in
principe dagelijks gebruikt. Wij reden een CLS500, voorzien van
een 5,0 liter V8 motor. We kennen die motor, hij zit in menig
andere Mercedes, maar het is altijd een prettig weerzien om weer
in een Mercedes met die motor te stappen. De ‘gewone’ V8, zonder
compressors of andere opvoermiddelen, is een toonbeeld in
smeuïgheid, rust en comfortabele trekkracht. Een uitgebreide
proefrit bleef alleen maar naar meer smaken. De V8 laat zich
normaal rijdend nauwelijks horen, pas wanneer je het rechter
pedaal serieus intrapt is er iets van stemverheffing waar te
nemen. In de gewel-dige aandrijflijn van deze CLS is ook een
belangrijke rol weggelegd voor de automatische transmissie. Dat is
een door Mercedes-Benz zelfstandig ontwikkelde zeven(!)traps
automaat, die ook in diverse modellen voorkomt. Door het grote
aantal versnellingen en de onovertroffen souplesse bij het
schake-len is het zonder verdere informatie op een willekeurig
moment onmogelijk te zeggen in welke ver-snelling de bak staat.
‘Schakelen’ betekent in de rijpraktijk alleen dat de toerenteller
wat stapsgewijs beweegt, horen of voelen doe je het zelfs als je
erop zit te letten nauwelijks. Eenmaal vertrouwd met de afwijkende
vormen en lijnen van de CLS drongen zich vanzelf herinneringen op
aan eerdere ritten met E-klasse modellen in uiteenlopende
uitvoeringen. En dat niet alleen, die herinneringen zijn
uitsluitend prettig en de CLS bevestigde weer dat dit niet door de
goedmoedige sluier van het verstrijken van de tijd komt, maar
gewoon gebaseerd op eerlijke, kritische waarneming. Wat een
verrukkelijk sturende, verende en puur verwennend rijdende auto,
een waar genot op wielen.
Durf
De stijl is het onderscheid. De CLS is een statement. Een auto die
in geen enkele omgeving onopge-merkt blijft. Of je ‘m nou parkeert
bij het clubhuis, voor een imposant kantorencomplex of in een
win-kelstraat met louter dure namen op de gevels: de CLS wordt
opgemerkt en de bestuurder (m/maar vooral ook v) evenzeer. De kans
dat je alleen op grond van je keuze voor de CLS een compliment
krijgt, is zeer aanzienlijk. Feitelijk geldt dat compliment voor
de durf je te onderscheiden van de (zakelijke) massa, je eigen
imago, je eigen stijl in contrast met al die grijze pakken die met
de stroom meelopen.
Je hoeft niet tegen de stroom in te zwemmen om op te val-len, als
je maar boven het water uitsteekt. Natuurlijk is de keuze voor de
CLS in die zin ook gewaagd. ‘Wat zullen ze wel niet zeggen?’ (op
de zaak/in de straat/op de club, door-halen wat niet van
toepassing is, maar waarschijnlijk blijven alledrie de
mogelijkheden staan). Wie die overweging 1 keer maakt, doet er
beter aan geen CLS te gaan rijden. Als je je voor je keuze moet
verontschuldigen, heb je de ver-keerde gemaakt. Gelukkig, in de
Mercedes-showroom staan alternatieven in overvloed, zo’n keurige
en heerlijke E-klasse, voor u, misschien?
|
De
CLS is een statement.
Een auto die in geen enkele omgeving onopgemerkt blijft. |
 |