Terug in de tijd
De steur is een bijzondere vis. Prehistorisch, ouder zelfs dan de
dinosaurus. Een echte survivor die niet voor niets driehonderd
miljoen jaren (!) overleefde. Gemiddelde exemplaren worden zo’n
2 meter lang en wegen minstens 80 kilo. Maar er zijn ook steuren
bekend die 9 meter lang werden en zowat 2000 kilo zwaar wogen.
Hoewel ze in de Donau, in de Griekse en Italiaanse wateren, aan
de Franse westkust, aan alle Amerikaanse kusten en op diverse
ande-re plaatsen voorkomen, zijn het van oudsher de wateren van
de Kaspische en de Zwarte Zee die de steur hun grote bekendheid
hebben gegeven vanwege de bijzondere kwali-teit van de
steureitjes.
Daar immers komen de beste vrouwtjessteuren voor met de
inmiddels beroemde namen als Beluga, Ociëtra en Sevruga.
In
tegenstelling tot de zogenoemde Baeri die op veel andere
plaatsen op de aard-bol rondzwemt. Het zijn met name de
Romanoff’s van de Russische tsarendynastie die in de 19e eeuw de
kaviaar als delicatesse ten tonele voerden en ook de Europese
koningshuizen met deze hype infecteerden. Best wel bij-zonder
want kaviaar was voordien altijd een afvalproduct geweest. Het
was immers de steur zelf die werd gevangen om te worden
geconsumeerd, destijds al door de kozak-ken. De kuit werd eruit
verwijderd om aan de varkens te worden gevoerd! Toen de kaviaar
uiteindelijk werd ‘ont-dekt’ als een echte lekkernij is het snel
gegaan. De Sovjets bleken wonderwel in staat om – samen met Iran
– lange tijd een heus kartel in stand te houden om de productie
en afzet van kaviaar aan het vermogende westen in goede banen te
leiden. Was met name de Kaspische zee in het begin van de vorige
eeuw nog vergeven van de steuren, het heeft ons nauwelijks 80
jaar gekost om die populatie nage-noeg om zeep te helpen. Met
name de bouw van een gigantische stuwdam in de Wolga, direct na
de eerste wereldoorlog door Stalin, halveerde nagenoeg de
steuren-gemeenschap. Het zijn immers zogenoemde Anadromen: ze
zoeken vanuit open zee de ondiepe wateren van de riviermonden op
om kuit te schieten. Hoewel er honder-den rivieren in de
Kaspische zee uitkomen zijn het vooral de Oeral en de Wolga waar
80% van de steuren aldaar werden gevangen voor het ‘oogsten’ van
de kaviaar. In de Sovjettijd gebeurde dat nog redelijk
gecontroleerd en waren met name de Oezbekistanen, Kazachstanen,
Turkmenen, Dagestanen en Armeniërs ermee actief. In het
zuidelijk deel waren het vooral de Perzen, tegen-woordig
Iranezen genoemd. Daar komt overigens ook de beroemdste
Beluga-steur vandaan die de meest geprezen en dus kostbaarste
kaviaar met dezelfde naam levert.

|
Het ging helemaal mis met
het wereldwijde kaviaar-
aanbod als gevolg van het
uiteenvallen van de Unie
van Sovjetstaten.
|
Wilde kaviaar.
Hoe lang nog?
|
De tweede
ontwikkeling die de kaviaarproductie nagenoeg de das omdeed was
dus de teloorgang van de Sovjetunie. Ook het kaviaarkartel viel
daarmee uiteen en de vijf lan-den rondom de Kaspische Zee zijn
sindsdien, en inmid-dels al ruim 10 jaar, actief met niets
minder dan roofbouw. Rusland zelf is niet bij machte een
staatsindustrie overeind te houden. In Astrakan, van oudsher hét
wereldkaviaar-centrum, is iedereen die een bootje heeft of een
vislijntje kan vasthouden actief als kaviaarproducent. Het
gevolg is dat de hele kaviaarhandel in handen is gekomen van de
Russische maffia en van stropers die met koffers vol kavi-aar op
vliegvelden als Kennedy Airport, Paris Charles de Gaullle of
Narita (Tokio) arriveren. Maar liefst viervijfde (!) van de
huidige kaviaarhandel is illegaal en het duurt nog maar even
voordat er geen steur meer rondzwemt in de Kaspische nòch in de
Zwarte Zee. Even wat cijfers om deze beweringen te staven? Hier
komen ze. In 1990 pro-duceerde het Russische deel van de
Kaspische zee nog driemaal zoveel kaviaar als het Iraanse deel:
770 ton tegen 286 ton in Iran. Tegen 1996 was de totale
Russische opbrengst nog maar 82 ton terwijl Iran 135 ton
verwerk-te. Inmiddels zijn de opbrengsten nog dramatischer
gedaald en is er grote vrees dat de hele aanvoer gaat op-drogen.
Vorig jaar nog ‘deed’ de Sevruga op de internatio-nale markt
1500 euro per kilo, inmiddels is dat 3000 euro!
Jacobus
Toet: op tijd het roer om
Als importeur en groothandelaar van – onder meer –kaviaar heeft
Jacobus Toet de ontwikkelingen tijdig zien aankomen. Net als
Alan Jones van Sturgeon, wist hij al jaren geleden dat
toekomstige kaviaar voor het merendeel van professionele kwekers
zou komen. Alleen een hele kleine laag vermogenden zou zich nog
kaviaar van wilde steuren kunnen permitteren, als die überhaupt
nog beschikbaar zou blijven. Immers, sinds de val van de
Sovjetunie is de steurenpopulatie inmiddels met zo’n 90%
gereduceerd. Al in een vroeg stadium reisde Jacobus Toet himself
af naar de Gironde om Alan Jones en zijn Franse businesspartner
Claudia Boucher te ontmoeten om de exclusieve Beneluxrechten
voor de toekomst zeker te stellen. En het is de nieuwe generatie
Toet, de dochters Vanessa en Miriam en schoonzoon/directeur Mark
Bogte, Vanessa’s echtgenote, die langzaam maar zeker het stokje
overnemen en nu de vruchten plukken van deze eerder ingezette
koers. Zodat de trouwe klanten van
Toet,
naast de mooie champagnes, heerlijke Cognacs, exclusieve wijnen,
bijzondere sigaren en al die andere Toet-lekkernijen, ook
verzekerd blijven van de wereldtop in kaviaaraanbod.
Kweekkaviaar:
vooral kwestie
van geduld
Ruim twintig jaar
geleden haalde het Franse visserijminis-terie Siberische steuren
naar de Aquitaine-streek om deze in de Gironde uit te zetten, in
de hoop hiermee de van nature aanwezige steurenpopulatie uit te
breiden. De kwekerij van Alan Jones is destijds samen met de
Fransen opgezet op basis van deze Siberische steur, de
zogenoem-de Acipenser Baeri, een afgeleide van de vermaarde
Ociëtra. Het is indrukwekkend te zien tot welk professio-neel
niveau deze kwekerij in al die jaren is gekomen. Het hele proces
bestaat feitelijk uit twee delen: het bevruchten van de
visseneitjes voor de kweek van nieuwe steuren en het ‘oogsten’
van de kaviaar van de vrouwtjessteuren. Het complex bestaat uit
grote bassins met steuren – pas gebo-ren of al volwassen -
waarin met hulp van volledig geau-tomatiseerde sturing water van
de juiste temperatuur en de hoogst mogelijk zuiverheid stroomt.
Duurt het ‘in het wild’ zo’n 20 jaar voordat een steur volwassen
is en dus kuit kan schieten, het warme Franse klimaat en
gecontro-leerde voeding zorgen ervoor dat het hier in de
Aquitaine slechts 7 tot 8 jaar in beslag neemt. Toch is het dus
nog steeds een kwestie van geduld voordat uiteindelijk kaviaar
van goede kwaliteit kan worden geoogst. Nadat ik mijn
schoenzolen in een speciale bak had gedesinfecteerd en verder
voorzien was van de nodige plastic beschermings-middelen voor
voldoende steriliteit, kon ik het hele pro-ces van dichtbij
bekijken. Via ultrascanning, vergelijkbaar met een echoscopie
bij aanstaande moeders, wordt vast-gesteld of een vrouwtjessteur
vruchtbaar is. Als dat zo is wordt ze via een injectienaald
bevrucht met haar eigen hormonen om de ovulatie te stimuleren.
Vervolgens wordt een kleine incisie gemaakt en wordt dus via
biopsie de kwaliteit van de eitjes in het lab bekeken. Ze moeten
ook minstens 2,5 mm in doorsnee zijn. Eventueel wordt het
sneetje weer gehecht en krijgt de steur nog enig ‘uit-stel van
executie’. Zodra de kaviaar op zijn best is, wordt zij echter
definitief op een heuse operatietafel gelegd waar de kwekeling
wordt ontdaan van haar kaviaar. De hoe-veelheid is gemiddeld
zo’n 10 à 15% van het totale gewicht van de steur en dat is dus
heel wat als je bedenkt dat een ‘oogstrijpe’ kweeksteur zo’n 15
kilo weegt (en wat te denken van de opbrengst van een wilde
steur van 80 kilo!). Nadat de kaviaar is ontdaan van vliezen, is
gewas-sen en gezouten wordt deze direct ingeblikt en gekoeld
opgeslagen, klaar voor consumptie.
Weinig
opwinding
Ook het kweken van steuren voor deze kaviaarproductie is een heel
klinisch proces dat veel nauwkeurigheid vereist. In het wild
schieten deze vissen kuit in ondiep water en komt er daarna -
wel of niet - een mannetjessteur ‘voorbij’ die deze eitjes
bevrucht. Bij Sturgeon in de Gironde-delta worden
vrouwtjessteuren die bestemd zijn voor de ‘hatchery’, operatief
van hun eitjes bevrijd waarna deze –in de weinig opwindende
ambiance van een grote witte kunststof maatbeker - worden
‘bevrucht’ met het zaad van
mannelijke
steuren. De duizenden embryonale ‘fingerlings’ die hieruit
ontstaan worden in bassins uitgezet. Pas na 3 jaar kan het
geslacht ervan worden vastgesteld. De mannetjes worden dan
geselecteerd voor consumptie –van steurenvlees worden de
lekkerste patés en andere gerechten gemaakt – en de vrouwtjes
gerekruteerd voor de productie van kaviaar of voor verdere
kweek. De faciliteit van Alan Jones en zijn partner Claudia
Boucher is de grootste in Europa. Hun ’Sturia Caviar
d’Aquitaine’ ligt in de meest gerenommeerde winkels en op
vliegvelden over de hele wereld. Dat de kwaliteit bijzonder is,
heb ik natuurlijk uitgebreid kunnen vaststellen tijdens mijn
twee-daagse trip. Daarvoor was ik immers ook afgereisd naar
Bordeaux. Iemand moet het doen.
Kaviaar met een Wildcard Chardonnay
Mijn tweede reisdoel was het vinden van een frisse wijn die goed
valt te combineren met kaviaar. Geen gemakkelijke opgave want de
ziltige, boterige smaak van kaviaar vraagt om een zorgvuldige
match. Jacobus Toet Caviar werkt nauw samen met de W&S Groep als
het gaat om het uit-gebreide aanbod van kwaliteitswijnen. Samen
met Winston van Eijkelenborg en Oscar van Leeuwen van W&S waren
vooraf 13 wijnen geproefd waarvan er slechts enkele overbleven
voor een nadere beoordeling. Daartoe reisden we af naar de
Vinexpo, ’s werelds grootste wijn-beurs die tweejaarlijks in
Bordeaux
wordt
gehouden en waaraan zo’n 2500 wijnhuizen deelnemen. Keuze genoeg
dus zou je denken. Maar dankzij de deskundige voorselec-tie en
de grote wijnkennis van het W&S team, bleven maar 2 tophuizen
over voor een eindoordeel. Met een permanent gekoeld blik
kaviaar bij de hand zochten we de stands op in het gigantische
beurscomplex. Wat een baan!
Eigenlijk wel jammer dat de
voortreffelijke Bergerac-wijn (80% Sauvignon Blanc, 20%
Semillion) van het eigenzin-nige Château des Eyssards afviel
vanwege het relatief te veel aan zuren in deze wijn voor een
goede mix met de kaviaar. Bij de stand van het Australische
wijnhuis Peter Lehmann Wines proefden we vervolgens drie
fan-tas-tische wijnen: een houtgelagerde Chardonnay, een
fruitige en tegelijkertijd heerlijk droge Eden Valley 2003
Riesling èn een mooie, ronde en beloftevolle ’Barossa’
Semillion. Topwijnen! OK dan? Nee dus; geweldige smaken maar
eenvoudigweg te overheersend. We ontdekten dat het òf de kaviaar
is die qua smaak teveel het voortouw neemt, óf de wijn die de
delicate taste van de kaviaar overruled. En toen kwam Dough
Lehmann zelf met een flesje dat een echte eye-opener bleek: de
Peter Lehmann Wildcard Chardonnay, een verrukkelijke,
verfijnd-aromatische, Zuid-Australische Chardonnay van 2003 met
een licht-fruitige dronk en een boterig-malse ‘mond’ die perfect
aansluit bij kaviaar, vooral ook vanwege het ontbreken van
houttonen (belangrijk bij de combinatie met kaviaar). Onze keuze
was gemaakt en wij raden u als lezer van The art of living aan
om – wanneer u ook zo’n pur sang lief-hebber bent van kaviaar –
bij Jacobus Toet Caviar te rade te gaan, in Scheveningen of in
de nieuwe shop in het Amsterdamse Museumkwartier. En mocht u
daarbij eens van het obligate glaasje Wodka willen afstappen –
waar overigens helemaal niks mis mee is – dan raden wij u aan om
die geweldige ervaring van die Australische Wildcard Chardonnay
met ons te delen. Zeker weten dat u het met me eens bent!
Tekst: Willem van
den Heuvel |