The Art Of Living Belgium

 

 

polo

Louis Ludolph:
“Polo is vooral een hele stoere sport en een leuke familie-happening. Gewoon gezellig met vrouw en kinderen erbij en op het eind van de dag een grote barbecue Argentijnse stijl, een ‘asado’. 
Dat is polo!”

Polo verovert Nederland

The King of Sports

Polo, The King of Sports, krijgt ook in Nederland en België steeds meer aanhangers. Tot voor kort was het een weinig toegankelijke sport. Zowel voor spelers als toeschouwers. Daar lijkt verandering in te komen. Polo is langzaam maar zeker in opkomst. Iedereen die het spel van dichtbij meemaakt, is zonder uit-zondering enthousiast. Zo enthousiast zelfs, dat er in polokringen wordt beweerd dat er maar twee redenen zijn om polo ooit op te geven: faillissement of de dood.

Polo is één van de oudste teamsporten ter wereld. Meer dan tweeduizend jaar geleden ontstond de sport in Tibet en heette toen ‘pulu’, de Tibetaanse naam voor de wortel van een wilg. Vanuit Tibet waaide de sport over naar het Koninklijk hof van Perzië, waar wedstrijden werden gespeeld met twintig spelers of meer aan iedere kant. Vanuit Perzië sloeg de sport over naar het noorden van India en Afghanistan. In India kwamen ook de Engelsen met polo in aanraking. Het duurde dan ook niet lang voordat alle Britse regimenten hun eigen poloteams gingen vormen. Er werden vervolgens spelregels ontwikkeld die – in principe – tot op de dag van vandaag ongewijzigd zijn gebleven. In het huidige polo beperken de teams zich echter tot vier spelers.


Stijgende populariteit

In Nederland en België wint de sport aan populariteit. Dat is niet vreemd. In geen andere sport worden snelheid, balgevoel en rijkunst beter verenigd. Polo heeft vooral in Zuid-Amerika (Argentinië), de Verenigde Staten en Engeland veel aanhangers. Bij wedstrijden komen vaak tienduizenden mensen kijken. In Engeland heeft het spel veel populariteit gekregen doordat het de favoriete sport is van Prins Charles. Hij is ieder jaar te vinden op de meest prestigieuze toernooien ter wereld en zijn zoons nemen deze passie nu over. Heel lang speelde Nederland nauwelijks een rol van betekenis in de polowereld. Maar daar lijkt dus verandering in te komen. Zeker nadat het Nederlandse polo-team in september 2002 zilver won op de Europese kampioenschappen in Rome en daarmee Nederland op de polokaart zette. Drie van de vier leden van dat Nederlandse team waren afkomstig van ‘Poloclub Wassenaar’. Louis Ludolph, is één van de ‘founding members’ van deze in 1992 gestichte club en mede-organisator van polo toernooi ‘The Orange’. Ludolph raakte jaren geleden met polo in aanraking. “Ik reed al heel mijn leven paard en bezocht met vrienden de poloclub van Barcelona en raakte diep onder de indruk van de sport”, vertelt Ludolph. “Vervolgens werd mij de kans geboden om het spel te spelen en was ik definitief verkocht. In Nederland was echter nauwelijks een mogelijkheid voorhanden om polo te spelen. Met twintig mede-pololiefhebbers hebben we toen de handen uit de mouwen gestoken en een ongebruikt veld van renbaan Duindigt in Wassenaar geschikt gemaakt om te bespelen. De woestenij werd gedraineerd en met een financiële bijdrage van de medeoprichters werden de eerste voorzieningen getroffen. Dat was het begin van Poloclub Wassenaar.” Volgens Ludolph waren die eerste leden families. Nog steeds is er sprake van een ‘family membership’, waarbij per familie contributie wordt betaald. “Op deze manier willen we kinderen en andere familieleden stimuleren om ook te gaan spelen”, aldus Ludolph. “En dat werkt. Er zijn nu zeker veertig actieve spelers, dames en heren in alle leeftijden en we beschikken inmiddels over een fors paardenbestand. Langzaam maar zeker is de club groeiende.”

De Spelregels

• Een officieel ‘full size’ poloveld is 270 meter lang en 180 meter breed en behalve de achterlijnen zijn er dertig-, veertig- en zestig-yardslijnen. Aan beide kanten van het veld staat een zeven meter breed doel. Er wordt gescoord als de bal tussen de palen doorgaat, de hoogte van het schot doet er niet toe.

• Een team bestaat uit vier spelers. Iedere chukker wisselt een speler van paard. Dat is niet vreemd als men beseft dat de paarden in een paar seconden naar veertig kilometer per uur accelereren en dat per chukker tientallen malen.

• Elke speler heeft zijn eigen taak. De nummer 1 is de aanvaller, nummer 2 ondersteunt de aanvaller maar dekt tevens de spelverdeler van de partij. De nummer 3 is de spelverdeler en de sterkste speler van het team terwijl nummer 4 verdedigt. In topwedstrijden is de nummer 4 altijd een hardhitter: de man die met één harde slag de aanval kan inzetten. Er is geen vaste doelverdediger.

• Een wedstrijd bestaat uit minimaal vier en maximaal acht chukkers (dit verschilt per land en toernooi) van elk zeven minuten speeltijd. Dertig seconden voor het einde van een chukker gaat er een bel. Ligt het spel in de komende dertig seconden stil dan is de chukker meteen ten einde. s

• Net als bij golf hebben de spelers een handicap. Daardoor kunnen teams met een verschillende handicapsterkte toch tegen elkaar spelen. Handicaps variëren van –2 (beginner) tot 10 (een topspeler). Nederlands beste speler heeft handicap 3. Er zijn momenteel vijf spelers wereldwijd met handicap 10.

• De wedstrijd begint met de throw-in door één van de umpires. Na elke goal wisselen de teams van speelhelft en is er opnieuw een throw-in.

Een polowedstrijd wordt begeleid door twee umpires te paard en de third man, die aan de zijkant van het veld de wedstrijd volgt. Bij onenigheid is zijn beslissing bindend.

• De belangrijkste spelregel is die van het overschrijden van de lijn van de bal. Deze lijn mag nooit worden gekruist. Een overtreding van deze regel levert altijd een penalty op. Hoe zwaarder de overtreding, hoe dichter de penalty bij het doel van de overtreder wordt genomen.

• Tijdens de pauze wordt het publiek verzocht om de losliggende plaggen vast te trappen, het zogenoemde ‘treading in’. Dit lijkt een merkwaardige gewoonte, maar het is effectief en gezellig.
Imago

Wie denkt aan polo, denkt vaak aan leden van de jetset die zich tijdens een toernooi tegoed doen aan champagne en kaviaar. “Voor een deel is dat wel zo”, aldus Ludolph. “Maar het is vooral een beeld dat terug komt tijdens de grotere toernooien, waar de internationale polowereld en het sponsorende bedrijfsleven aanwezig is. Tijdens toernooien als ‘The Orange’ hier in Wassenaar, worden de bloemetjes flink buiten gezet. Maar dat is een te beperkt beeld. Zo wordt een deel van de opbrengsten van dat toernooi besteedt aan een goed doel met een relatie tot paarden, zoals de afgelopen jaren het paardrijden voor gehandicapten. Buiten deze toernooien gaat het er anders aan toe. Leden die puur voor de sport gaan hebben minder met die wereld te maken. Polo is vooral een hele stoere sport en een leuke familiehappening. Gewoon gezellig met vrouw en kinderen erbij en op het eind van de dag een grote barbecue Argentijnse stijl, een ‘asado’. Dat is polo”, aldus Ludolph. Toch ontkent Ludolph niet dat het een dure sport is. “De uitrusting valt nog wel mee, maar de paarden en het onderhoud kosten natuurlijk veel geld. Zeker wanneer je beseft dat een speler drie tot vier paarden per wedstrijd nodig heeft.” Paarden vormen vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel van het spel. Het werkt volgens Ludolph in het voordeel wanneer een beginnende speler kan paardrijden én een balsport beoefend heeft. Maar ook wanneer de speler een paardenliefhebber is. Polo is namelijk niet alleen dat ene uur waarin de wedstrijd wordt gespeeld. Het is ook de verzorging en training van de paarden. “Er zijn nog steeds mensen die op de glamour en de mystiek van de sport afkomen. Maar als het geen paardenliefhebbers zijn, haken ze snel genoeg af.”

Toewijding

Volgens Ludolph moet een goed polopaard in ieder geval veel moed hebben en snel, stevig en wendbaar. Paarden die aan die voorwaarden voldoen zijn voornamelijk afkomstig uit Argentinië. Ook bepaalde rassen en ex-renpaarden uit Nieuw-Zeeland, Engeland of Zuid-Afrika zijn geschikt voor het spel. Wanneer een paard drie jaar oud is, wordt met het africhten begonnen. Pas na weer een intensieve training van drie jaar is het paard klaar voor de competitie. Geïnteresseerden in de sport hoeven overigens niet meteen een paard aan te schaffen. “Vaak is het zo dat bestaande leden een paard beschikbaar stellen”, vertelt Ludolph. “Op die manier is het mogelijk kennis te maken met de sport zonder eerst allerlei dure investeringen te doen. Ook hebben we een ‘starting membership’, waarmee liefhebbers tegen een speciaal contributietarief, gedurende een jaar introductielessen krijgen, wegwijs gemaakt worden en kunnen kijken of de sport bevalt. Mocht iemand daarna besluiten tot het zelf aanschaffen van een paard, dan wordt diegene met raad en daad terzijde gestaan.” De polosport is groeiende. Degene die het spel al spelen zijn enorm toegewijd en doen er alles aan om de sport te promoten. Ludolph raadt mensen die overwegen polo te gaan spelen dan ook contact op te nemen met bestaande clubs. Zij helpen serieus geïnteresseerden met alle plezier op weg.