|
Stijgende populariteit
In Nederland en België wint de sport aan populariteit. Dat is niet vreemd.
In geen andere sport worden snelheid, balgevoel en rijkunst beter
verenigd. Polo heeft vooral in Zuid-Amerika (Argentinië), de Verenigde
Staten en Engeland veel aanhangers. Bij wedstrijden komen vaak
tienduizenden mensen kijken. In Engeland heeft het spel veel
populariteit gekregen doordat het de favoriete sport is van Prins
Charles. Hij is ieder jaar te vinden op de meest prestigieuze toernooien
ter wereld en zijn zoons nemen deze passie nu over. Heel lang speelde
Nederland nauwelijks
een
rol van betekenis in de polowereld. Maar daar lijkt dus verandering in
te komen. Zeker nadat het Nederlandse polo-team in september 2002 zilver
won op de Europese kampioenschappen in Rome en daarmee Nederland op de
polokaart zette. Drie van de vier leden van dat Nederlandse team waren
afkomstig van ‘Poloclub Wassenaar’. Louis Ludolph, is één van de
‘founding members’ van deze in 1992 gestichte club en mede-organisator
van polo toernooi ‘The Orange’. Ludolph raakte jaren geleden met polo in
aanraking. “Ik reed al heel mijn leven paard en bezocht met vrienden de
poloclub van Barcelona en raakte diep onder de indruk van de sport”,
vertelt Ludolph. “Vervolgens werd mij de kans geboden om het spel te
spelen en was ik definitief verkocht. In Nederland was echter nauwelijks
een mogelijkheid voorhanden om polo te spelen. Met twintig
mede-pololiefhebbers hebben we toen de handen uit de mouwen gestoken en
een ongebruikt veld van renbaan Duindigt in Wassenaar geschikt gemaakt
om te bespelen. De woestenij werd gedraineerd en met een financiële
bijdrage van de medeoprichters werden de eerste voorzieningen getroffen.
Dat was het begin van Poloclub Wassenaar.” Volgens Ludolph waren die
eerste leden families. Nog steeds is er sprake van een ‘family
membership’, waarbij per familie contributie wordt betaald. “Op deze
manier willen we kinderen en andere familieleden stimuleren om ook te
gaan spelen”, aldus Ludolph. “En dat werkt. Er zijn nu zeker veertig
actieve spelers, dames en heren in alle leeftijden en we beschikken
inmiddels over een fors paardenbestand. Langzaam maar zeker is de club
groeiende.”
De Spelregels
• Een officieel ‘full size’ poloveld is 270 meter lang en 180 meter breed
en behalve de achterlijnen zijn er dertig-, veertig- en
zestig-yardslijnen. Aan beide kanten van het veld staat een zeven meter
breed doel. Er wordt gescoord als de bal tussen de palen doorgaat, de
hoogte van het schot doet er niet toe.
• Een team bestaat uit vier spelers. Iedere chukker wisselt een speler van
paard. Dat is niet vreemd als men beseft dat de paarden in een paar
seconden naar veertig kilometer per uur accelereren en dat per chukker
tientallen malen.
• Elke speler heeft zijn eigen taak. De nummer 1 is de aanvaller, nummer 2
ondersteunt de aanvaller maar dekt tevens de spelverdeler van de partij.
De nummer 3 is de spelverdeler en de sterkste speler van het team
terwijl nummer 4 verdedigt. In topwedstrijden is de nummer 4 altijd een
hardhitter: de man die met één harde slag de aanval kan inzetten. Er is
geen vaste doelverdediger.
• Een wedstrijd bestaat uit minimaal vier en maximaal acht chukkers (dit
verschilt per land en toernooi) van elk zeven minuten speeltijd. Dertig
seconden voor het einde van een chukker gaat er een bel. Ligt het spel
in de komende dertig seconden stil dan is de chukker meteen ten einde.
s
• Net als bij golf hebben de spelers een handicap. Daardoor kunnen teams
met een verschillende handicapsterkte toch tegen elkaar spelen.
Handicaps variëren van –2 (beginner) tot 10 (een topspeler). Nederlands
beste speler heeft handicap 3. Er zijn momenteel vijf spelers wereldwijd
met handicap 10.
• De wedstrijd begint met de throw-in door één van de umpires. Na elke
goal wisselen de teams van speelhelft en is er opnieuw een throw-in.
•
Een
polowedstrijd wordt begeleid door twee umpires te paard en de third man,
die aan de zijkant van het veld de wedstrijd volgt. Bij onenigheid is
zijn beslissing bindend.
• De belangrijkste spelregel is die van het overschrijden van de lijn van
de bal. Deze lijn mag nooit worden gekruist. Een overtreding van deze
regel levert altijd een penalty op. Hoe zwaarder de overtreding, hoe
dichter de penalty bij het doel van de overtreder wordt genomen.
• Tijdens de pauze wordt het publiek verzocht om de losliggende plaggen
vast te trappen, het zogenoemde ‘treading in’. Dit lijkt een
merkwaardige gewoonte, maar het is effectief en gezellig.
Imago
Wie denkt aan polo, denkt vaak aan leden van de jetset die zich tijdens
een toernooi tegoed doen aan champagne en kaviaar. “Voor een deel is dat
wel zo”, aldus Ludolph. “Maar het is vooral een beeld dat terug komt
tijdens de grotere toernooien, waar de internationale polowereld en het
sponsorende bedrijfsleven aanwezig is. Tijdens toernooien als ‘The
Orange’ hier in Wassenaar, worden de bloemetjes flink buiten gezet. Maar
dat is een te beperkt beeld. Zo wordt een deel van de opbrengsten van
dat toernooi besteedt aan een goed doel met een relatie tot paarden,
zoals de afgelopen jaren het paardrijden voor gehandicapten. Buiten deze
toernooien gaat het er anders aan toe. Leden die puur voor de sport gaan
hebben minder met die wereld te maken. Polo is vooral een hele stoere
sport en een leuke familiehappening. Gewoon gezellig met vrouw en
kinderen erbij en op het eind van de dag een grote barbecue Argentijnse
stijl, een ‘asado’. Dat is polo”, aldus Ludolph. Toch ontkent Ludolph
niet dat het een dure sport is. “De uitrusting valt nog wel mee, maar de
paarden en het onderhoud kosten natuurlijk veel geld. Zeker wanneer je
beseft dat een speler drie tot vier paarden per wedstrijd nodig heeft.”
Paarden vormen vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel van het spel.
Het werkt volgens Ludolph in het voordeel wanneer een beginnende speler
kan paardrijden én een balsport beoefend heeft. Maar ook wanneer de
speler een paardenliefhebber is. Polo is namelijk niet alleen dat ene
uur waarin de wedstrijd wordt g espeeld.
Het is ook de verzorging en training van de paarden. “Er zijn nog steeds
mensen die op de glamour en de mystiek van de sport afkomen. Maar als
het geen paardenliefhebbers zijn, haken ze snel genoeg af.”
Toewijding
Volgens Ludolph moet een goed polopaard in ieder geval veel moed hebben en
snel, stevig en wendbaar. Paarden die aan die voorwaarden voldoen zijn
voornamelijk afkomstig uit Argentinië. Ook bepaalde rassen en
ex-renpaarden uit Nieuw-Zeeland, Engeland of Zuid-Afrika zijn geschikt
voor het spel. Wanneer een paard drie jaar oud is, wordt met het
africhten begonnen. Pas na weer een intensieve training van drie jaar is
het paard klaar voor de competitie. Geïnteresseerden in de sport hoeven
overigens niet meteen een paard aan te schaffen. “Vaak is het zo dat
bestaande leden een paard beschikbaar stellen”, vertelt Ludolph. “Op die
manier is het mogelijk kennis te maken met de sport zonder eerst
allerlei dure investeringen te doen. Ook hebben we een ‘starting
membership’, waarmee liefhebbers tegen een speciaal contributietarief,
gedurende een jaar introductielessen krijgen, wegwijs gemaakt worden en
kunnen kijken of de sport bevalt. Mocht iemand daarna besluiten tot het
zelf aanschaffen van een paard, dan wordt diegene met raad en daad
terzijde gestaan.” De polosport is groeiende. Degene die het spel al
spelen zijn enorm toegewijd en doen er alles aan om de sport te
promoten. Ludolph raadt mensen die overwegen polo te gaan spelen dan ook
contact op te nemen met bestaande clubs. Zij helpen serieus
geïnteresseerden met alle plezier op weg.
|